Pianoconcert nr.4

BEETHOVEN: PIANOCONCERT NR. 4

BEETHOVEN: PIANOCONCERT NR. 4

Orfeus in de onderwereld. Robert Schumann maakte ooit de best hout snijdende associatieve vergelijking nadat hij het Andante uit het vierde pianoconcert had gehoord. Hier ontspint zich een dialoog tussen antipoden die tot slot hun tegenstellingen opgeven. Ook Liszt had het over Orfeus die de wilde dieren temde.

Achtergronden

Het vierde pianoconcert in G op. 58 werd in de periode 1905/6 geschreven, maar de componist had het zo druk met de moeizame herzieningen van Fidelio dat hij nauwelijks gelegenheid had om het uit te voeren dat seizoen. Een jaar later organiseerde zijn weldoener prins Lobkowitz een paar geheel aan werken van Beethoven gewijde concerten in zijn Weense paleis. Bij die gelegenheid werden in maart 1807 het eerste viertal symfonieën, de ouverture Coriolan, aria’s uit Fidelio en dit vierde concert uitgevoerd. Het was het laatste optreden van de componist als solist.

Gedurende de zes jaar die waren verstreken sinds de compositie van het derde pianoconcert waren cruciale veranderingen in zijn stijl opgetreden. Bijvoorbeeld de Eroica, de drie Rasumovsky strijkkwartetten, de Waldstein– en Appassionatapianosonates leggen daarvan getuigenis af. Het waren grootschalige werken die een uitdaging vormden voor de muziektraditie. Hiermee werd als het ware aan het begin van de negentiende eeuw de achttiende afgesloten. Voorbij is het met de invloed van Haydn en Mozart, ook al was deze ontwikkeling eerder evolutionair dan revolutionair.

Het vierde concert begint al ongewoon met een solo inzet van de piano die een vriendelijk wiegend thema laat horen dat door het orkest wordt opgepakt om het verder te ontwikkelen. Met een enigszins geheimzinnig gevoel gaat het verder totdat de solist zich opnieuw quasi improviserend meldt.

De hele opbouw is verder zoals verwacht met de presentatie van wat nieuw materiaal, een doorwerking en een recapitulatie die culmineert in de solocadens, gevolgd door een afsluitend tutti. De sfeer is in dit uitgebreide deel over het geheel genomen zonnig, maar met een melancholieke ondertoon. De solist is nu eens hartstochtelijk, dan weer introspectief.

Beethoven hield nog vast aan het idee dat hij voor het eerst in het Derde concert toepaste door de piano deel te laten t nemen in dat slot tutti, maar het verrassends is toch wel die vondst van het solistische begin. Mozart had dat ook al eens gedaan in zijn concert in Es KV 271

Het korte Andante con moto heeft de vorm van een dialoog tussen stoere, pittige verklaringen van het orkest en een aarzelende, terughoudende reactie van de solist, maar deze uit zich gaandeweg krachtiger tot een zeker evenwicht is bereikt en een heel treffende cadens opbloeit.

Het Rondo volgt onmiddellijk en begint met een hoofdthema in de wat ver verwijderde toonaard C. Als om een nieuw karakter, een nieuwe weg te onderstrepen zet Beethoven hier ook voor de eerste keer in zijn concerten trompetten en pauken in. Ze passen minder in G dan in de nu gekozen C. Heel passend stelt zo het orkest op fanfare achtige manier en ritmen het rondothema voor, later wordt het G-groot weer opgezocht en verdwijnt het fanfare achtige. Maar dit deel is wel vrij dramatisch van aard en laat een haast koortsachtige overgave horen. Voor contrast zorgt een overpeinzend tweede thema dat als echo prachtig bij de houtblazers opduikt.

Tijdens het componeren van zijn concerten noteerde Beethoven vaak ideeën voor cadensen. In druk verschenen die aanvankelijk niet. Pas rond 1809 droeg hij nader wat suggesties aan. De meeste solisten putten daar dankbaar uit.

De opnamen

Scroll voordat u verder leest eerst eens langzaam door de lange lijst opnamen uit de Discografie en verbaas u. Zijn er echt zoveel opnamen van dit werk? Ja, en de lijst is waarschijnlijk weer niet echt compleet, hoewel veel geduld en tijd is besteed aan een meer dan gewone voltooiing.

Oude(re) luisteraars zullen net als deze scribent nostalgische herinneringen hebben aan solisten als Schnabel, Fischer, Hess, Gieseking, Kempff, Solomon, Serkin, Haskil, Gilels, Backhaus en Rubinstein.

Sommigen onder hen en van de jongeren (Barenboim, Pollini) namen dit concert meerdere malen op en eigenlijk ontbreekt haast geen beroemdheid op het appel. Opvallend is wel dat Argerich ontbreekt; zij nam alleen het Derde concert op.

Wie gehecht is, of nog steeds in geïnteresseerd in een oud idool, moet zeker niet nalaten hem of haar te beluisteren, ongeacht wat hier verder volgt. Wanneer we even stilstaan bij de groep niet te verachten oudere opnamen, denk dan vooral aan de heel dichterlijke en verfijnde Clifford Curzon, aan de fraaie opname van Wilhelm Kempff, delicaat met fraaie kleurwerking, met Ferdinand Leitner, nog wat sprankelender met Paul van Kempen. Verder aan Emil Gilels met Emil Ludwig en Solomon met André Cluytens maar als aangename verrassing ook aan de nobele Hans Richter Haaser.Met Colin Davis zorgde Claudio Arrau voor een warm romantische, typisch wat trage weergave.

Van de diverse opnamen met Alfred Brendel is de oudste die oorspronkelijk bij Vox verscheen, maar nu keurig opgelapt door Regis beschikbaar wordt gesteld feitelijk nog steeds de boeiendste want de meest natuurlijke. Daarna volgt zijn samenwerking met Simon Rattle.

Maar tenslotte zijn het de huidige (kwaliteits- en interpretatie)normen die bepalend zijn voor de uiteindelijke keuze en dan komen we haast onherroepelijk bij de nieuwere registraties uit.

Waar de weloverwogen Maurizio Pollini bij herhaling een en al bewonderenswaardige analytische precisie is, toont Stephen Kovacevich meer verbeelding. Bij Pollini zorgde het orkest in Wenen voor de nodige verzachtende klankcultuur, dat in Berlijn voor meer contrast, tegenspel en vaart. Niet te veronachtzamen is verder Ivan Moravec(Supraphon) die voor heel gedistingeerd, consistent spel zorgt zonder ook maar een moment in routine te vervallen

Als een aangename outsider is Hélène Grimaud erg interessant met een mild, poëtisch eerste deel, een bedachtzaam middendeel en een fel levendige finale. Bij toerbeurt briljant en gevoelig, fel en ingetogen is de boeiende bijdrage van Mitsuko Uchida en Kurt Sanderling. De poëet aan de vleugel, Radu Lupu, brengt met de sympathiek volgende Zubin mehta lyriek in de best denkbare vorm.

Van de verschillende interpretaties die Vladimir Ashkenazy vast liet leggen, overtuigt die met Georg Solti het beste. Bij Daniel Barenboim is de oudste opname met Otto Klemperer haast nog steeds het waardevolst. Bij András Schiff, ook een geduchte rivaal, is het haast de begeleiding van het Dresdense orkest onder Bernard Haitink die de meeste lof verdient. Waarmee een zachte overgang mogelijk is naar een visie die op een nog net wat hoger plan staat.

Feitelijk nog steeds het bevredigends van al is de vertolking van Murray Perahia met Bernard Haitink. Het kernachtige en het bedachtzame gaan hier goed samen. Op heel consistente wijze kan de muziek hier met al zijn complicaties ongedwongen voor zichzelf spreken. Sympathieker kan haast niet.

Geschraagd door Nikolaus Harnoncourts rijke ervaringen met historiserende uitvoeringspraktijken en ‘sprekende muziek’ laat Pierre-Laurant Aimard een nogal vrije expressie horen en zorgt hij op heel frisse, geanimeerde en spontane wijze dat ook zijn opname tot de besten behoort.

Gek genoeg spelen de historiserende verklankingen in dit verhaal maar een bescheiden rol. Wie daar op staat kan beter bij de heel overtuigende Robert Levindan bij de eigenwijze, grillige Melvyn Tan terecht.

Bij de kamermuzikale gereduceerde bewerkingen is de pianopartij wat ingetoomd en zorgen de strijkers voor bescheiden, maar mooi helder weerwoord. De keuze is simpel tussen de oude instrumenten bij Robert Levin en de moderne bij de Litouwse Muza Rubackyté.

Het zijn vooral Barenboim/Berlijn Pollini/Abbado en Rubinstein die bij de dvd opnamen de voorkeur genieten.

Conclusie

Het gaat vooral tussen Aimard en Perahia voor wie een tegen eindeloze herhalingen bestand zijnde opname wil kiezen. In hun kielzog volgen allereerst Kempff, Brendel, Schiff, Pollini/Abbado, Barenboim/Klemperer, Lupu. Maar het is goed om ook ooit het oor te luisteren te leggen bij de overige hierboven genoemden. De rest mag geleidelijk tot de waardevolle documentatie worden gerekend.

Discografie

1929. Wilhelm Backhaus met het Londens symfonie orkest o.l.v. Ronald Landon. Biddulph LHW 037.

1933. Artur Schnabel met het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Malcolm Sargent. Philips 456.961-2 (2cd’s), Arabesque Z 6550, Naxos 8.110639.

1938. Josef Hofmann met het Philadelphia orkest o.l.v. Eugene Ormandy. IPA 503.

1939. Walter Gieseking met het Saksisch Staatsorkest o.l.v. Karl Böhm. Appian APR 5512, Naxos 8.11112.

1939. Wilhelm Kempff met het Symfonie orkest van de Middenduitse omroep Breslau o.l.v. Hermann Abendroth. Music & Arts 1065 (4 cd’s), Andromeda ANDRCD 9056.

1941. Josef Hofmannmet het New York filharmonisch orkest o.l.v. John Barbirolli. Marston 52014-2.

1942. Conrad Hansen met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Wilhelm Furtwängler. Arkasia WFE 365-2 (2 cd’s), Tahra FURT 1034/5 (2 cd’s), Music & Arts CD 839.

1942. Artur Schnabel met het Chcago symfonie orkest o.l.v. Frederick Stock. RCA 9026-61393-2.

1943. Josef Hofmann met het New York filharmonisch orkest o.l.v. Dimitri Mitropoulos. Music & Arts 1114, Marston 52037-2.

1944. Rudolf Serkin met het NBC Symfonie orkest o.l.v. Arturo Toscanini. RCA GD 60268.

1945. Josef Hofmann met het Detroit symfonie orkest o.l.v. Donald Voorhees. Eclipse EKR 1405 (2 cd’s).

1946. Clara Haskil met het RIAS symfonie orkest o.l.v. Ferenc Fricsay. Tahra TAH 389/90 (2 cd’s).

1946. Artur Schnabel met het Philharmonia orkest o.l.v. Issai Dobrowen. Testament SBT 1021.

1947. Arthur Rubinstein met het Royal philharmonic orkest o.l.v. Thomas Beecham. Testament SBT 1154, Dante HPC 131, RCA 09026-63009-2.

1947. Wilhelm Backhaus met het Londens symfonie orkest o.l.v. Landon Ronald. Andante 2996-2999 (4 cd’s).

1947. Arthur Rubinstein met het New York filharmonisch orkest o.l.v. Dimitri Mitropoulos. TIM 220829-303.

1948. Walter Gieseking met het WDR Symfonie orkest Keulen o.l.v. Joseph Keilberth. Nedici Arts MM 017-2.

1950. Clara Haskil met het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Carlo Zecchi. Decca 425.968-2, Andromeda ANDRCD 5003.

1950. Noel Mewton-Wood met het Utrechts symfonie orkest o.l.v. Walter Goehr. ABC 461.900-2 (3 cd’s).

1950. Wilhelm Backhaus met het RIAS symfonie orkest o.l.v. Karl Böhm. Audite 95.610, Tahra TAH 448.

1951. Walter Gieseking met het Philharmonia orkest o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 566.604-2, Philips 456.811-2 (2 cd’s).

1951. Edwin Fischer met het Symfonie orkest van de Beierse omroep o.l.v. Eugen Jochum. Orfeo 0827092.

1951. Wilhelm Backhaus met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Clemens Krauss. Decca 425.962-2.

1952. Clara Haskil met het Weens symfonie orkest o.l.v. Herbert von Karajan. Tahra TAH 483, Urania URN 22352.

1952. Solomon met het Philharmonia orkest o.l.v. André Cluytens. EMI 300004-2 (3 cd’s), 565.503-2 (2 cd’s), Testament SBT 1220.

1952. Pietro Scarpini met het Omroeporkest Rome o.l.v. Wilhelm Furtwängler. As Disc 373.

1953. Wilhelm Kempff met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Paul van Kempen. DG 435.744-2 (3 cd’s).

1953. Walter Gieseking met het RIAS symfonie orkest o.l.v. Antal Dorati. Tahra TAH 409/12 (4 cd’s), Music & Arts 1098 (4 cd’s).

1953. Friedrich Gulda met het Weens symfonie orkest o.l.v. Friedrich Gulda. Orfeo C 745071 B, Music & Arts CD 1239, Archipel ARPCD 0277.

1953. Josef Páleniček met het Tsjechisch filharmonisch orkest o.l.v. Karel Ancerl. Supraphon SU 3685-2001.

1954. Edwin Fischer met het Philharmonia orkest o.l.v. Edwin Fischer. Testament SBT 1169.

1954. Guiomar Novaes met het Weens symfonie orkest o.l.v. Otto Klemperer. Vox CDX2 5501 (2 cd’s).

1954. Clifford Curzon met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Hans Knappertsbusch. Decca 467.126-2.

1954. Clara Haskil met het RIAS Symfonie orkest o.l.v. Dean Dixon. Audite 23.421.

1954. Cor de Groot met het Weens symfonie orkest o.l.v. Willem van Otterloo. DHR 7937-9 (3 cd’s).

1954. Wilhelm Backhaus met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Hans Knappertsbusch. Music & Arts KICC 2028, Urania URN 22.262, Melodram GM 4.0040 (3 cd’s).

1955. Clara Haskil met het Frans Nationaal orkest o.l.v. André Cluytens. Montaigne TCE 8780, Music & Arts CD 863.

1955. Walter Gieseking met het Philharmonia orkest o.l.v. Alceo Galliera. EMI 762.607-2.

1956. Wilhelm Backhaus met het New York filharmonisch orkest o.l.v. Guido Cantelli. Andromeda ANDRCD 5092 (3 cd’s), Andromeda ANDRCD 5069 (2 cd’s), Profil PH 10006.

1956. Arthur Rubinstein met Symphony of the air o.l.v. Josef Krips. RCA 9026-61260-2, 09026-63036-2 (3 cd’s).

1956. Leon , met het WDR Omroeporkest Keulen o.l.v. Otto Klemperer. Medici Arts MM 036-2.

1961. Alfred Brendel met het Weens symfonie orkest o.l.v. Heinz Wallberg. Vox MWCD 7107.

1957. Claudio Arrau met het Philharmonia orkest o.l.v. Alceo Galliera. Pantheon D 15070 (3 cd’s).

1957. Ivan Moravec met het Tsjechisch filharmonisch orkest o.l.v. Karel Ancerl. Harmonia Mundi PR 254000/1 (2 cd’s).

1957. Julius Katchen met het Londens symfonie orkest o.l.v. Pierino Gamba. Pickwick PWK 1153, Decca 475.8449 (4 cd’s).

1957. Emil Gilels met het Philharmonia orkest o.l.v. Leopold Ludwig. Philips 456.793-2 (2 cd’s), Testament SBT 1095.

1957. Emil Gilels met het Omroeporkest Tokio o.l.v. Wilhelm Loibner. King KKC 2001/2 (2 cd’s).

1958. Myra Hess met het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Adrian Boult. BBC Legends BBCL 4111-2.

1958. Emil Gilels met het Leningrad filharmonisch orkest o.l.v. Kurt Sanderling. Archipel ARPCD 0379.

1958. Rudolf Serkin met het Omroeporkest Rome o.l.v. Ferruccio Scaglia. Istituto discografico Italiana IDIS 6595.

1958. Emil Gilels met het Tsjechisch filharmonisch orkest o.l.v. Kurt Sanderling. Multisonic 31.0106-2.

1958. Willem Andriessen met het Concertgebouworkest o.l.v. Eduard van Beinum. EPTA Documentatie Centrum.

1959. Yvonne Lefébure met het Frans Nationaal orkest o.l.v. Stanislaw Skrowaczewski. Solstice SOCD 271 (4 cd’s).

1959. Emil Gilels met het Hallé orkest o.l.v. John Barbirolli. ICA Classics ICAC 5032.

1959. Claudio Arrau met het WDR Symfonie orkest Keulen o.l.v. Christoph von Dohnányi. ICA Classics ICAC 5054.

1960. Clara Haskil met het Omroeporkest Turijn o.l.v. Mario Rossi. Cetra CDAR 2027.

1960. Hans Richter Haaser met het Philharmonia orkest o.l.v. István Kertész. Testament SBT 1299.

1961. Wilhelm Kempff met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Ferdinand Leitner. DG 427.237-2 (3 cd’s), 419.467-2, 447.402-2.

1961. Van Cliburn met het Chicago symfonie orkest o.l.v. Fritz Reiner. RCA GD 87943.

1961. Alfred Brendel met het Weens Pro Musica orkest o.l.v. Heinz Wallberg. Vox CDX 33502 (3 cd’s),Tuxedo TUXCD 1016, Regis RRC 1047.

1961. Leon Fleisher met het Cleveland orkest o.l.v. George Szell. Sony 88691-91805-2 (5 cd’s), SBK 48165, 82876-78767-2.

1961. Glenn Gould met het New York filharmonisch orkest o.l.v. Leonard Bernstein. Sony SM3K 52632 (3 cd’s), 88697-68527-2 (5 cd’s)..

1962. Rudolf Serkin met het Philadelphia orkest o.l.v. Eugene Ormandy. Sony MK 42260.

1964. Arthur Rubinstein met het Boston symfonie orkest o.l.v. Erich Leinsdorf. RCA RD 85676, 09026-63058-2.

1964. Nikita Magaloff met het Symfonie orkest van de Beierse omroep o.l.v.Rafael Kubelik. Arkadia CDHP 59.

1965. Friedrich Gulda met het Orkest van de Zwitsers-Duitse omroep o.l.v. André Cluytens. Ermitage 12036-2.

1965. Maria Grinberg met het USSR Staats symfonie orkest o.l.v. Neeme Järvi. Melodiya 74321-40722-2.

1965. Emil Gilels met het A. Scarlatti orkest, Napels o.l.v. Massimo Pradella. Melodram CDM 28034.

1966. Maurizio Pollini met het Omroeporkest Milaan o.l.v. Franco Caracciolo. Hunt HUNT CD 533, Cetra CDAR 2033.

1967. Friedrich Gulda met het Omroeporkest Tokio o.l.v. Lovro von Matacic. King KKC 2005/6 (2 cd’s).

1968. Daniel Barenboim met het Philharmonia orkest o.l.v. Otto Klemperer. EMI 763.360-2 (3 cd’s), 573.895-2 (9 cd’s).

1968. Emil Gilels met het Cleveland orkest o.l.v. George Szell. EMI 253.6531.

1968. Elisabeth Westenholz met het Collegium Musicum Kopenhagen o.l.v. Michael Schønwandt. BIS CD 349.

1970. Robert Casadesus met het WDR Symfonie orkest Keulen o.l.v. Günter Wand. Profil PH 06006.

1970. Wilhelm Kempff met het Omroeporkest Tokio o.l.v. Tadashi Mori. King KKC 2017-9 (3 cd’s).

1971. Daniel Adni met het Philharmonia orkest o.l.v. Otto Klemperer. Testament SBT 2-1425 (2 cd’s).

1972. Vladimir Ashkenazy met het Chicago symfonie orkest o.l.v. Georg Solti. Decca 417.740-2, 425.582-2 (3 cd’s), 436.380-2 (2 cd’s).

1973. Dino Ciani met het Scala orkest Milaan o.l.v. Claudio Abbado. Myto MCD 033.282.

1974. Branka Musulin met het Omroeporkest Stuttgart o.l.v. Karl Böhm. Hänssler 93.014.

1974. Stephen Kovacevich met het BBC Symfonie orkest o.l.v. Colin Davis. Philips 426.062-2, 475.6319.

1975. Arthur Rubinstein met het Londens symfonie orkest o.l.v. Daniel Barenboim. RCA 09026-63078-2.

1976. Alfred Brendel met het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Bernard Haitink. Philips 422-937-2 (3 cd’s), 420.861-2.

1976. Luis Galve met het Symfonie orkest van de Spaanse omroep o.l.v. Enrique Garcia Asensio. RTVE Musica 65282.

1976. Maurizio Pollini met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Karl Böhm. DG 413.445-2, 419.793-2 (3 cd’s), 459.038-2, 477.9797 (5 cd’s).

1977. Mieczyslaw Horszowski met het Casals orkest o.l.v. Alexander Schneider. Dynamic CDT 5037.

1977. Alexis Weissenberg met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 769.335-2.

1977. Clifford Curzon met het Symfonie orkest van de Beierse omroep o.l.v. Rafael Kubelik. Audite 95.459.

1979. Radu Lupu met het Israël filharmonisch orkest o.l.v. Zubin Mehta. Decca 478.292-2 (6 cd’s), 425.000-2, DG 477.9797 (5 cd’s).

1981. Rudolf Serkin met het Boston symfonie orkest o.l.v. Seiji Ozawa. Telarc CD 80061-5 (3 cd’s), CD 80064.

1981. Robert Riefling met het Oslo filharmonisch orkest o.l.v. Karsten Andersen. Simax PSC 1833 (2 cd’s).

1982. Anthony Goldstone met het Royal philharmonic orkest o.l.v. Norman del Mar. BBC BBCRD 9110.

1983. Vladimir Ashkenazy met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Zubin Mehta. Decca 411.901-2.

1983. Alfred Brendel met het Chicago symfonie orkest o.l.v. James Levine. Philips 411.189-2 (3 cd’s), 412.788-2, 446.193-2.

1983. Alicia de Larrocha met het Raio Symfonie orkest Berlijn o.l.v. Riccardo Chailly. Decca 414.391-2 (3 cd’s), 448.230-2.

1984. Murray Perahia met het Concertgebouworkrest o.l.v. Bernard Haitink. Sony M3K 44575 (3 cd’s), MK 39814, MDG 601.0250-2.

1984. Claudio Arrau met de Staatskapel Dresden o.l.v. Colin Davis. Philips 422.149-2, 473.451-2 (10 cd’s), 416.144-2.

1985. Carol Rosenberger met  het Londens symfonie orkest o.l.v. Gerard Schwarz. Delos DE 3027.

1985. Daniel Barenboim met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Daniel Barenboim. EMI 747.974-8 (3 cd’s), 749.796-2.

1986. Emanuel Ax met het Royal philharmonic orkest o.l.v. André Previn. RCA RD 85930, RCA 74321-30366-2 (3 cd’s).

1986. Anton Kuerti met het Toronto symfonie orkest o.l.v. Andrew Davis. CBC SMCD 50273.

1987. Ikuyo Nakamichi met het Belgisch Nationaal orkest o.l.v. Georges-Elie Octors. René Gailly CD 87500.

1987. Steven Lubin met de Academy of old music o.l.v. Christopher Nogwood. Oiseau Lyre 421.408-2 (3 cd’s), Decca 475.7297 (3 cd’s).

1987. Vladimir Ashkenazy met het Cleveland orkest o.l.v. Vladimir Ashkenazy. Decca 421.718-2 (3 cd’s), 433.321-2.

1988. Stefan Vladar met de Cappella Istropolitana o.l.v. Barry Wordsworth. Naxos 8.508007 (8 cd’s), 8.550122, 8.553266.

1988. Melvyn Tan met de London Classical players o.l.v. Roger Norington. EMI 754.063-2 (3 cd’s), 749.815-2.

1988.Ernst Gröschel met het Neurenbergs symfonie orkest o.l.v. Günter Neidlinger. Teldec 244764-2.

1988. Anthony Newman met Philomusica antiqua New York o.l.v. Stephen Simon. Newport NCD 60081.

1989. Maria Tipo met het Londens symfonie orkest o.l.v. Hans Graf. EMI 754.058-2.

1989. Christian Zacharias met de Staatskapel Dresden o.l.v. Hans Vonk. EMI 763.937-2 (3 cd’s), 749.230-2.

1989. Krystian Zimerman met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Leonard Bernstein. DG 435.467-2 (3 cd’s).

1989. Stephen Kovacevich met het Australisch kamerorkest o.l.v. Stephen Kovacevich. EMI 764.046-2.

1989. Cristina Ortiz met City of London Sinfonia o.l.v. Richard Hickox. Innovative PCD 879.

1991. Frank Braley met het Belgisch nationaal orkest o.l.v. Ronald Zollman. René Gailly CD 90005 (3 cd’s).

1991. John Lill met het Birmingham symfonie orkest .l.v. Walter Weller. Chandos CHAN 9084/6 (3 cd’s).

1991. Peter Rösel met het Berlijns symfonie orkest o.l.v. Claus Peter Flor. Berlin Classics BC 2136-2.

1992. Maurizio Pollini met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Claudio Abbado. DG 439.770-2, 477.7244 (3 cd’s), 445.850-2, 471.352-2, 471.350-2 (13 cd’s).

1993. Mikhail Kazakevich met het Engels kamerorkest o.l.v. Charles Mackerras. Conifer 75605-51237-2.

1994. Mitsuko Uchida met het Concertgebouworkest o.l.v. Kurt Sanderling. Philips 475.6756 (3 cd’s), 464.142-2 (3 cd’s), 446.082-2.

1995. James Sedares met het Engels kamerorkest o.l.v. Gustavo Romero. Koch 3-731-3.

1995. Gerhard Oppitz met het Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Marek Janowski. RCA 09026-68147-2, Warner 2564-69967-5 (9 cd’s).

1996. András Schiff met de Staatskapel Dresden o.l.v. Bernard Haitink. Teldec 0630-13159-2 (3 cd’s), 3984-26802-2.

1996. Philippe Entremont met het Nederlands kamerorkest o.l.v. Philippe Entremont. Vanguard 99180 (3 cd’s), 99119.

1996. Jos van Immerseel met Tafelmusik o.l.v. Bruno Weil. Sony SK 62824.

1997. Alfred Brendel met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Simon Rattle. Philips 462.781-2 (3 cd’s), 462.782-2.

1997. Robert Levin met het Orchestre révolutionaire et romantique o.l.v. John Eliot Gardiner. Archiv 459.622-2 (4 cd’s), 457.608-2.

1998. Hélène Grimaud met het New York filharmonisch orkest o.l.v. Kurt Masur. Teldec 3984-26869-2, Warner 0927-49617-2.

2000. Pierre-Laurent Aimard met het Europees kamerorkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Teldec 0927-47334-2 (3 cd’s).

2001. Boris Berezovsky met het Zweeds kamerorkest o.l.v. Thomas Dausgaard. Simax PSC 1280.

2001. Valery Afanassiev met het Mozarteum orkest Salzburg o.l.v. Hubert Soudant. Oehms OC 344.

2002. François René Duchable met het Ensemble orchestral de Paris o.l.v. John Nelson. Ambroise AMI 99403003, 95903005 (3 cd’s).

2003. Rudolf Buchbinder met het Weens Symfonie orkest o.l.v. Rudolf Buchbinder. ORF 348.

2004. Arthur Schoonderwoerd met Cristofori. Alpha 079.

2005. Barry Douglas met Camerata Ireland o.l.v. Barry Douglas. Satirino SR 051.

2005. Fou Ts’Ong met de Sinfonia Varsovia o.l.v. Jerzy Swoboda. Meridian CDE 84494.

2005. Richard Goode met het Boedapest festival orkest o.l.v. Iván Fischer. Nonesuch 7559-79928-3 (3 cd’s).

2006. François-Frédéric Guy met het Filharmonisch orkest van de Franse omroep o.l.v. Philippe Jordan. Naïve V 5148.

2006. Jean-Marc Luisada met het Filharmonisch orkest van de Franse omroep o.l.v. Mikko Franck. RCA 88697-02830-2.

2006. Mikhail Pletnev met het Russisch nationaal orkest o.l.v. Christian Gansch. DG 477.6416.

2007. Lang Lang met het Orchestre de Paris o.l.v. Christoph Eschenbach. DG 477.6719, 479.0058.

2007. Ronald Brautigam met het Norrköping symfonie orkest o.l.v. Andrew Parrott. BIS SACD 1693.

2007. Mario Galeani met het Royal philharmonic orkest o.l.v. Grzegorz Nowak. RPO RPO SP 013.

2007. Jevgeny Kissin met het Londens symfonie orkest o.l.v. Colin Davis. EMI 206.311-2 (3 cd’s).

2008. Idil Biret met het Bikent symfonie orkest o.l.v. Antoni Wit. IBA 9.571257, IBA 8.501901 (+ dvd).

2008. Aldo Ciccolini met het Thessaloniki Staats Symfonie orkest o.l.v. Myron Michailidis. EMI 50999-027598-21.

2008. Artur Pizarro met het Schots kamerorkest o.l.v. Charles Mackerras. Linn CKD 336.

2008. Till Fellner met het Montréal symfonie orkest o.l.v. Kent Nagano. ECM 476.3315-2.

2009. Olli Mustonen met Tapiola Sinfonietta o.l.v. Olli Mustonen. Ondine ODE 1146-5.

2009. Emanuel Ax met het San Francisco symfonie orkest o.l.v. Michael Tilson Thomas. SF Symphony 821936-0037-2.

2009. Yevgeny Sudbin met het Minnesota orkest o.l.v. Osmo Vänskä. BIS CD 1758.

2010. Paul Lewis met het BBC Symfonie orkest o.l.v. Jirí Belohlávek. Harmonia Mundi HMC 90.2053/5 (3 cd’s).

2010. Dejan Lazič met het Australisch kamerorkest o.l.v. Richard Tognetti. Channel Classics CCSSA 30511.

Met onbekende opnamedatum, in alfabetische volgorde van de solist

….. Geza Anda met het WDR symfonie orkest Keulen o.l.v. Joseph Keilberth. Ariola 204638-633 (lp)

….. Claudio Arrau met het Philharmonia orkest o.l.v. Otto Klemperer. Testament SBT 21351 (2 cd’s).

….. Gina Bachauer met het Londens symfonie orkest o.l.v. Antal Dorati. Mercury 478.3566 (51 cd’s).

….. Wilhelm Backhaus met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Hans Schmidt-Isserstedt. Decca 425.778-2.

….. Paul Badura Skoda met het Colledium aureum o.l.v. Franz Josef Mayer. BMG 5472-77474-2.

….. John Bingham met het Singarpore symfonie orkest o.l.v. Choo Hoey. Meridian CDE 84172.

….. Elisso Bolkvadze met het Tiflis symfonie orkest o.l.v. Jansug Kakhidze. HDC Inf 1088.

….. Alfred Brendel met het Symfonie orkest van de Beierse omroep o.l.v. Rafael Kubelik. Arkadia MP 494.1, Living Stage LS 4035167 (3 cd’s).

….. Yefim Bronfman met het Tonhalle orkest Zürich o.l.v. David Zinman. Arte Nova 82876-64010-2.

….. Edwin Fischer met het Parijs’ Conservatoriumorkest o.l.v. Anatole Fistoulari. Music & Arts 1080/6 (6 cd’s).

….. Emil Gilels met het Leningrad filharmonisch orkest o.l.v. Kurt Sanderling. Chant du monde LDC 278975.

….. Ernst Gröschel met het Bambergs symfonie orkest o.l.v. Hans Zanotelli. Intercord 820.709.

….. Friedrich Gulda met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Horst Stein. Decca 6.42562 (lp).

….. Ingrid Haebler met het Philharmonia orkest o.l.v. Alceo Galliera. Philips 6527-028 (lp).

….. Maria Judina met het Leningrad filharmonisch orkest o.l.v. Kurt Sanderling. Arlecchino ARL A 16.

….. Tea Kalandadze met het Georgisch SIMI Festival orkest o.l.v. Nodar Tsatishvili. Prisma PLD 1238.

….. Wilhelm Kempff met het Orkest van de Deutsche Oper Berlijn o.l.v. Paul van Kempen. Hänssler CD 94095.

…..Zoltan Kocsis met het Boedapest symfonie orkest o.l.v. Ervin Lukács. Fidelio 1814.

….. John Lill met het Schots nationaal orkest o.l.v. Alexander Gibson. Classics for Pleasure CFP 6026, EMI 575.752-2 (3 cd’s).

….. Radu Lupu met het Israël filharmonisch orkest o.l.v. Zubin Mehta. Decca 475.7065 (4 cd’s).

….. Ivan Moravec met het Tsjechisch filharmonisch orkest o.l.v. Jirí Bélohlávek. Supraphon SU 3714-2.

….. Elly Ney met het Neurenbergs symfonie orkest o.l.v. Willem van Hoogstraten. Colosseum 0506 (lp).

….. Carmen Piazzini met de Beierse kamerfilharmonie München o.l.v. Michael Helmrath. Gutingi 206.

….. Michael Roll met het Royal philharmonic orkest o.l.v. Howard Shelley. Membran 222810.

….. Rudolf Serkin met het Symfonie orkest van de Beierse omroep o.l.v. Rafal Kubelik. Orfeo C 647053 D (3 cd’s).

….. Esteban Sanchez met het Stedelijk orkest Barcelona o.l.v. Antonio Ros-Marba. Ensayo ENYCD 9743.

….. Gilbert Schuchter met het Salzburgs Mozarteum orkest o.l.v. Hans Swarowsky. Zeta ZET CD 802.

….. Jasminka Stancul met het Slowaaks Omroeporkest o.l.v. Alexander Rahbari. Discover DICD 90121.

….. Amadeus Webersinke met het Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Franz Konwitschny. Corona Classics CCC 031-2, CCC 081-2.

Bewerking voor piano en strijkkwintet Küthen

1997. Robert Levin met leden van het Orchestre révolutionaire et romantique. Archiv 459.622-2, 474.224-2.

2009. Muza Rubackyté met het Shanghai kwartet. Lontano 2564-68500-2.

Video

1962. Wilhelm Backhaus met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Hans Knappertsbusch. TDK DVCLHK 62 (dvd).

1967. Wilhelm Backhaus met het Weens Symfonie orkest o.l.v. Karl Böhm. EuroArts 2072058 (dvd).

1967. Artur Rubinstein met het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Antal Dorati. EMI 492.840-9 (dvd).

1974. Vladimir Ashkenazy met het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Bernard Haitink. Decca 074-321-4 (dvd).

1984. Claudio Arrau met het Orkest van de Chileense universiteit o.l.v. Victor Tevah. EuroArts 2058668 (dvd).

1988. Murray Perahia met de Academy of St. Martin-in-the-Fields o.l.v. Neville Marriner. Medici Arts 3085298 (2 dvd’s).

1989. Krystian Zimerman met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Leonard Bernstein. DG 073-426-9 (2 dvd’s).

2003. Rudolf Buchbinder met het Weens Symfonie orkest o.l.v. Rudolf Buchbinder. C Major 708808 (2 cd’s).

2006. Maurizio Pollini met het Luzern festival orkest o.l.v. Claudio Abbado. EuroArts 2000078.

2007. Daniel Barenboim met de Staatskapel Berlijn o.l.v. Daniel Barenboim. EuroArts 2056778 (2 dvd’s).

2010. Daniel Barenboim met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Daniel Barenboim. C Major 706808 (dvd).

….. Kun Woo Paik met het Frans Symfonie orkest o.l.v. Kun Woo Paik. Cascavelle DVD 55004 (dvd).

» Pianoconcert nr. 5

Het leven & de muziek van Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) op Compact Discs, DVD's en Boeken

%d bloggers liken dit: